GELUKSVOGELS
Het is een week voor ons vertrek naar Nieuw-Zeeland.
Een maand van huis. Alles is geregeld. Zelfs het Ministerie van
Buitenlandse Zaken is ingelicht.
‘Dan weten ze wie ze moeten zoeken of evacueren in geval van
nood,’ grap ik tegen mijn vrouw.
Twee dagen voor vertrek: een e-mail met prioriteit. Van
Buitenlandse Zaken.
Noodtoestand op het Noordereiland. Hevige regenval, cyclonen,
modderstromen.
Dit meen je niet.
Code groen blijft gelukkig van kracht. Maar alertheid is het
devies.
Enfin. Aangekomen in Nieuw-Zeeland worden we hartelijk ontvangen
door onze vrienden.
We horen de verhalen van de afgelopen week. Onheilspellend.
En het weer?
Dat doet hardnekkig zijn best om zomers te worden.
Tussen stortbuien en windstoten door lukt dat verrassend goed.
Drie weken lang genieten we van een sprookjesachtig land.
Nauwelijks terug in Nederland sturen onze vrienden alweer
foto’s. Noodweer. Opnieuw.
De NOS volgt met verontrustend nieuws.
Hier dient de lente zich aan.
Wij zijn er tussendoor geglipt. Door het oog van de naald.
Dan… een e-mail van Buitenlandse Zaken:
‘We hebben begrepen dat u weer in Nederland bent. Welkom. Mocht
u opnieuw naar het buitenland reizen, dan horen wij dat graag.’
Geluksvogels zijn we.
Alweer.

Reacties
Een reactie posten