BLIJ


 

Mijn zwemles is al even onderweg. Met zeven waterratjes probeer ik het overzicht te houden, terwijl ik ze stap voor stap leer hoe ze hun hoofd boven water houden en vertrouwen krijgen in wat ze doen.

Dan verschijnt er plots een moeder met een jongetje aan de rand van het bad.

‘Badmeester Fons?’ vraagt ze voorzichtig.

‘Jazeker,’ antwoord ik.

‘Sorry dat we wat laat zijn. Dit is mijn zoontje Sjonnie. Hij komt voor het eerst bij jullie… eh, bij u zwemmen.’

Ik glimlach naar hem en knik uitnodigend naar het water. ‘Welkom Sjonnie, kom er maar rustig in.’

Zijn moeder blijft nog even staan, zichtbaar zoekend naar de juiste woorden. Dan zegt ze:

‘Misschien is het goed om te weten dat Sjonnie een vervelende ervaring heeft gehad. Hij kon eigenlijk prima zwemmen, maar toen hij door het gat moest, ging het mis. Zijn vorige instructeur heeft hem daarin iets te veel gepusht. Sindsdien durft hij zijn neus niet eens meer in het water te doen. Laat staan dat hij onder water gaat.’

Ik kijk naar Sjonnie, die me met een mengeling van spanning en nieuwsgierigheid aankijkt. Vanaf dat moment beginnen we samen aan iets wat verder gaat dan alleen zwemles. We gaan op weg naar vertrouwen, naar moed, naar het hervinden van iets wat hij onderweg een beetje is kwijtgeraakt.

Stap voor stap. Zonder druk. Op zijn tempo.

En dan, afgelopen week, gebeurde het.

Zonder aarzelen klimt Sjonnie op de kant. Hij kijkt even naar mij, alsof hij bevestiging zoekt, en voordat ik iets kan zeggen duikt hij het water in. Hij gaat onder, helemaal onder, en zwemt in één vloeiende beweging onder het obstakel door dat we daar hebben neergelegd.

Als hij bovenkomt, kijken we elkaar aan.

High five. Glimmende ogen.

En ik merk dat die van mij ook nat zijn.

Niet van het water.

Trots.

Wat een werkdag.

Reacties

Een reactie posten

Populaire posts van deze blog

WHAT'S IN A NAME.

IK WOON IN EEN POSTKANTOOR!

BOKBIERTJE.