KERMIS

 



Het is geen best weer en ik stap met mijn krant het café binnen. Terras is geen optie voor me.

“Elipsje Fons?”

“Toe maar dan,” grap ik.

Mijn biertje wordt geserveerd. Op een viltje. Logo naar voren. Zoals het hoort en ik het waardeer. Café De Merckt.

Nadat ik de krant heb doorgeworsteld stapt Johan binnen. Ook wel Giovanni genoemd. Geen idee waarom. Er zit werkelijk niets Italiaans in zijn genen. Een man uit de Betuwse klei. Puurder kan je ze niet vinden. Ik schuif bij hem aan en we nemen samen de week door. Ons ritueel.

 De deur gaat open en een gezette, forse, net iets te zongebruinde man komt binnen. Een zestiger. Hij zet zich aan de bar en bestelt een biertje. Hij blijkt Jan te heten. Even later komt zijn kompaan binnen. Minder gezet. Minder bruin. Ook zestiger. Joop.

“Wat mag ik voor je inschenken?” vraagt de barman.

“Doe mij maar een Pinot Grigio-achtig iets. Met ijs.”

De barman snapt het en serveert zijn wijn.

We raken in gesprek...

Wat blijkt? Het is bijna kermis in Tiel. Jan en Joop drinken alvast een borrel op de goede afloop. Zij hebben een plekkie bemachtigd op de kermis.

Jan heeft een kraam met grijpmachines. Joop een soort zweefmolen, maar dan heftiger. Ik begreep het niet helemaal. Misschien toch maar eens gaan kijken.

Een wereld gaat voor me open. Ze vertellen over hun standplaatsen op de kermissen in Tilburg en Leiden. Over de kosten. Hun voorkeur voor kleine dorpjes. Internaat voor de kinderen. De impact op het gezin. Nooit bij stilgestaan.

Ik geef een rondje en we proosten op een goede kermis voor Jan en Joop. Waarop Jan zegt:

“Fons, ik geef je één tip. Gooi geen euro in mijn grijpmachines. Want je gaat niks winnen. Honderd procent.”

Duidelijk. Geen twijfel mogelijk.

Ik ga dit weekend gewoon de pontjesroute fietsen.

 



Reacties

Populaire posts van deze blog

VIERDUIZEND EN EEN.