DE EIFEL
Laatst
besloten we om een paar dagen eropuit te trekken naar de Eifel in Duitsland.
Nog nooit geweest, maar een wandelgebied bij uitstek.
Het
liefst lopen we een zogenaamd rondje. Het beginpunt is dan ook het eindpunt.
Auto parkeren en wandelen maar.
Maar
deze keer besloten we een etappe van de Eifelsteig te lopen. Geen rondje dus.
Dat vergt enige voorbereiding.
'Waar
parkeren we de auto? Bij het begin of bij het eindpunt?'
'Bij
het begin, lijkt me handiger.'
Mijn
vrouw kijkt me niet-begrijpend aan.
'Misschien
wel handig om te checken hoe laat er een bus rijdt om ons terug te brengen naar
onze auto.'
Ik
zoek het op.
'Tien
over het hele uur. Elk uur. Oh nee... om de twee uur.'
Mijn
vrouw fronst haar wenkbrauwen. Alsof ze nog een vraag heeft. Maar ze stelt hem
niet.
Achteraf
jammer.
We
rijden naar het beginpunt van ons avontuur: het stadje Daun. Auto parkeren
blijkt geen probleem. Het is vlak bij het startpunt van de etappe.
Duidelijk
geen Tour de France. Geen vlaggen en getoeter, maar een sober bordje met een
pijl zodat we in ieder geval de goede kant op lopen. Handig.
Geen
publiek. Geen dranghekken. Geen honderden deelnemers.
Sterker
nog... we zijn de enige twee.
'Klaar
voor de start... af!' grap ik.
Rugzak
op, met daarin koffie en lekkere broodjes. Voldoende water bungelt aan de
zijkant. We zijn op pad. Tweeëntwintig kilometer door de bergen.
Na
ruim vijf uur komt de finish in zicht. Weer geen publiek. Wel heel veel
voldoening.
'We
hebben het geflikt, schat.'
We
gaan op een bankje zitten bij het Rathaus op de Marktplatz. Een oude waterput
maakt het plaatje compleet terwijl we ons laatste broodje verorberen.
'Hoe
laat is het?' vraag ik.
'Drie
uur. De bus gaat over een uur. Dus we hebben tijd zat.'
Na
het broodje bekijken we het stadje en de plaatselijke kerk. Ruim op tijd staan
we bij de bushalte.
We
voelen onze spieren. Het is mooi geweest.
Daar
komt de bus. Lijn 300.
De
deur schuift geruisloos open en we stappen in.
'Zwei
Mal nach Daun, bitte,' zeg ik tegen de chauffeur.
'Das
ist sieben Euro zwanzig, bitte.'
Ik
trek mijn pinpas.
'Sorry,'
zegt de chauffeur. 'U kunt alleen met contant geld betalen.'
'Alleen
contant geld?' antwoord ik stomverbaasd. 'Ik heb geen contant geld. Alleen een
pinpas. Wat nu?'
De
chauffeur kijkt mijn vrouw hoopvol aan.
Maar
ook zij heeft geen contant geld.
'Het
spijt me. Dan kan ik u niet meenemen.'
Vol
ongeloof draai ik me om en loop het trapje weer af. De bus uit. Vloekend van
binnen.
Plots
bedenkt de chauffeur zich blijkbaar.
'Oké.
Naar Daun toch? Ik maak een uitzondering. Kom maar zitten. Maar... echt een
uitzondering hoor!'
We
bedanken de man en laten ons vermoeid maar opgelucht in een stoel zakken.
'Weet
je waar we moeten uitstappen?'
'Geen
idee. Ik vraag het de chauffeur wel.'
'We
hebben drie haltes in Daun,' zegt hij. 'Geen idee welke voor u de beste is.'
We
kiezen voor de eerste halte.
Wat
blijkt...
Vijf
kilometer van onze auto.
We
starten opnieuw een wandeling.
Geen
rondje.
Geen
publiek.
Maar
ook geen broodjes, koffie en water meer.
Sindsdien
lopen we weer rondjes.

Reacties
Een reactie posten