IK WAS HET PERFECTE BIEFSTUKJE

 

IK WAS EEN PERFECT BIEFSTUKJE. 


Mijn eerste levensjaren bracht ik door in de jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw. Als jochie van nog geen tien jaar oud bestonden mijn zomervakanties uit dagjes uit, op de fiets met paps en mams, richting het water: Wassenaars Slag, De Kaag of de Wijde Aa. Mee in de fietstas: een opblaasbare kano, vishengel, een korte broek, een T-shirt en..... een fles olijfolie. Die was voor op mijn lijfje, om lekker bruin te worden.

Na zo’n dagje zon werd mijn huid liefdevol verzorgd door mijn moeder. Mijn vuurrode rug werd ingesmeerd met azijn, “om de brand eruit te halen.” Daarna weer een laagje olijfolie, een zacht T-shirtje aan, en dan mijn bed in. Klaar voor de volgende zonnige dag.

Ook in mijn tienerjaren veranderde er weinig. Bruin worden was het doel. Ja, zonnebrandcrème bestond wel, maar dat was schreeuwend duur voor een kranten bezorgende puber die zijn zuurverdiende guldens bij elkaar schraapte.

Zelfs in mijn twintiger- en dertigerjaren, we zitten dan al bijna aan de eeuwwisseling, hield ik vast aan oma’s recept: olijfolie en azijn. Beetje peper en zout erbij, en ik voelde me een perfect gegaard biefstukje.

Tot ik op Bonaire belandde, waar ik een paar maanden zwemles gaf in de volle zon. Overdekte zwembaden? Die hebben ze daar niet. Gelukkig had ik factor 30+ zonnebrand meegenomen, maar mijn collega’s keken me streng aan: 

“Pet op je kop, shirt met lange mouwen aan, en factor 70+, hoor!”

70+?! Jazeker. In Nederland amper te krijgen, maar daar noodzakelijk.

 En ze hadden gelijk. Dankzij die voorzorgsmaatregelen verbrandde ik niet én werd ik alsnog rondom jaloersmakend bruin.

 Inmiddels zie ik leeftijdsgenoten die met regelmaat medisch behandeld moeten worden voor zonneschade, want ja, zo heet dat tegenwoordig. Het perfecte biefstukje heeft een prijs.

Vroeger was dus niet altijd beter.

Mijn advies als 60-plusser?

Smeer je goed in. Draag die pet. En ga niet voor het perfecte biefstukje!

 

 

Reacties

Populaire posts van deze blog

WHAT'S IN A NAME.

IK WOON IN EEN POSTKANTOOR!

BOKBIERTJE.