GEEN KWAAD WOORD OVER MIJN SCHOONMOEDER.
Ik sta in de rij bij de plaatselijke slager. Mijn nummertje getrokken kijk ik verlekkerd naar al dat moois in de vitrine. Een ambachtelijk familiebedrijf, slacht nog zelf. Tientallen prijzen aan de muur alsof ze al jaren meedoen in de Champions League. Er zijn nog zeker vijf klanten voor me. Ieder neemt zijn tijd. Ook de slager. Voor iedereen een praatje. Niemand heeft haast.
Zijdelings hoor ik een gesprek aan waarbij een man zich beklaagt over zijn schoonmoeder die hem met een briefje op pad heeft gestuurd. De slager knikt begripvol.
Totdat een andere klant zich in het gesprek mengt ; 'Sorry dat ik me ermee bemoei, maar je moet niet zo lelijk over je schoonmoeder praten, joh.' Hij vertelt dat zijn schoonmoeder onlangs een ernstig ongeluk heeft gehad. 'Ze kon bijna niets meer en is kort na het ongeluk overleden. En dan realiseer je je toch wel dat ze een belangrijk plekje in je hart heeft. 'Ik mis haar ondanks alles."
Alle toehoorders schrikken van deze openhartigheid. Niemand durft iets te zeggen. De slager verbreekt uiteindelijk de stilte. 'Mag ik vragen wat je schoonmoeder is overkomen?'
Op het gezicht van de man verschijnt een ondeugende lach en antwoordt: 'Ze is op haar bezem tegen de kerktoren aangevlogen."
Zelfs de varkenswangentjes in de vitrine lagen te grijnzen van opluchting.

Reacties
Een reactie posten