VAN BOMMEN NAAR BORSTCRAWL.

 




Elke dinsdag, een half jaar lang, mocht ik deel uit maken van een bijzonder gezelschap.  Geen toeristen uit Duitsland, Frankrijk of Italië, maar vluchtelingen uit landen als Myanmar, Syrië, Bangladesh en Eritrea.                                                                                                 Nee, ik gaf geen taalles of inburgeringscursus. Zwemles was het.

Voor sommigen de allereerste keer in het water. De één kwam niet verder dan de enkels, de ander had zichzelf ooit iets aangeleerd in een modderig riviertje. Sommigen waren verlegen, anderen juist heel open. 

Wat ze gemeen hadden? Nieuwsgierigheid, doorzettingsvermogen en een enorme dankbaarheid.

De communicatie verliep met handen, voeten, wat Engels en nog minder Nederlands. Mijn Arabisch is ook niet meer wat het ooit geweest is. Toch ontstond er een soort taal van vertrouwen. Ze noemden me “coach” of gewoon bij mijn voornaam. En langzaam veranderde de groep van onbekenden in een kleine, bonte familie.

In het water leerden we elkaar kennen. Niet alleen hoe je drijft of een borstcrawl zwemt, maar ook verhalen die me bijbleven.

Zoals Mo, gevlucht uit Myanmar. Haar man is “vermist”, haar kindje achtergelaten bij haar ouders. Ze hoopt ooit herenigd te worden, ergens, ooit.

Of Farid, die uit Egypte kwam. “Egypte?”, dacht ik. “Vlucht je dáár vandaan?” Op de vraag of hij terug wil, streek hij langzaam met zijn hand over zijn keel. “Not possible.”

Iedere cursist had zo’n verhaal. Sommigen dramatisch. Anderen ronduit hartverscheurend. En toch stonden ze daar elke week. In badkleding, bibberend aan de kant, dapper genoeg om het onbekende water in te stappen. 

Ik ben blij en een beetje trots, dat ik ze mocht helpen. Niet tegen oorlog of verlies, maar tegen de grilligheid van water.

Dat is niet veel. Maar soms is het precies genoeg.

 

Reacties

Populaire posts van deze blog

WHAT'S IN A NAME.

IK WOON IN EEN POSTKANTOOR!

BOKBIERTJE.