SCHOENLAPPER CHAMPAGNE
Weleens van gehoord? Ik nog nooit. Tot die zondagmiddag in een Rotterdams voetbalcafé, terwijl ik Feijenoord volgde. Het was pleurisweer. Regen met bakken uit de hemel, ramen beslagen, het café stampvol. Ik had een plekje weten te bemachtigen aan de bar, met goed zicht op de schermen. De wedstrijd begon en de oehs en aahs dreunden over de bar heen. Een oude man komt binnen. Doorweekt tot op z’n sokken. Hij hangt z’n jas aan een haak, wringt zich tussen de mensen door en roept de barkeeper. “Eén schoenlapper champagne,” zegt hij. Ik spits mijn oren. Schoenlapper champagne? En ik dacht dat ik in mijn Maastrichtse horecaopleiding alles wel gehoord had. De barkeeper knikt alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Hij pakt een glas, doet er een flinke schep suiker in, vult het met half jenever en half water, roert, en schuift het naar de man toe. Die neemt een slok en richt zijn blik op het scherm. Samen kijken we verder naar de wedstrijd.
Na afloop vraag ik de barkeeper: “Wat was dat nou, die schoenlapper champagne?” Hij grijnst. “Had ik ook nooit van gehoord. Maar hij bestelt ’m elke zondag. En ik schenk ’m gewoon.”
Ik tik met mijn biertje tegen de bar. Nooit te oud om te leren.

Reacties
Een reactie posten